SiRM Insight

Weet het ‘praktijkhouderschap light’ de dalende trend in het aantal praktijkhoudende huisartsen te keren?

Insight
6 maart 2025

Tussen 2000 en 2021 nam het aandeel praktijkhoudende huisartsen af van ongeveer 85% naar 50%. Huisartsen werken vaker in loondienst of als waarnemend zzp’er. Het aanbod van huisartsenpraktijken staat hierdoor onder druk. De dalende trend keert wellicht doordat de overheid stuurt op minder zzp’ers in de zorg en doordat het praktijkhouderschap ‘light’ opkomt. 

Steeds minder huisartsen kiezen ervoor om praktijkhouder te worden. Onderstaande figuur toont op basis van cijfers van Nivel de afname van het aandeel praktijkhoudende huisartsen (solo of in groepsverband) van 85% in 2000 naar 50% in 2021. De jaarlijkse afname lijkt met ongeveer 1,5%-punt weinig, maar dit betekent wel dat het aandeel praktijkhoudende huisartsen sinds het begin van deze eeuw met ruim een derde is afgenomen. Het totaal aantal werkzame huisartsen is wel toegenomen, van 8.500 in 2000 naar 13.500 in 2021. 

Huisartsen kiezen om verschillende redenen steeds minder vaak voor het praktijkhouderschap. Veelgenoemde redenen zijn de hoge werkdruk, toenemende administratieve lasten en de afnemende bereidheid een grote financiële verplichting aan te gaan. Daarnaast worden nacht- en weekenddiensten steeds zwaarder en bestaat er een tekort aan ondersteunend personeel. Ook is de sociale omgeving van de huisarts veranderd. Waar de huisarts vroeger vaak de enige kostwinner was en het gezin zich aanpaste aan diens carrière, is dat tegenwoordig anders. Andere redenen zijn behoefte aan persoonlijke autonomie en een goede balans tussen werk en privé. 

In sommige buurten kunnen praktijkhouders hun praktijk niet overdragen als zij met pensioen gaan. Dat leidt tot tekort aan huisartsenzorg. De sturing van de overheid op minder zzp’ers in de zorg door het minder aantrekkelijk te maken en ‘schijnzelfstandigheid’ terug te dringen, kan de dalende trend in praktijkhouders mogelijk tegengaan. Het biedt ook kansen voor organisaties die nieuwe vormen van praktijkhouderschap stimuleren, zoals Buurtdokters. Deze organisaties zetten in op het ontzorgen van praktijkhouders, bijvoorbeeld door ondersteuning bij administratieve werkzaamheden of door mee te investeren. Hiermee ontstaat een soort ‘praktijkhouderschap light’, waarbij de ervaren nadelen van praktijkhouderschap verminderd worden. Mogelijk kan dit de huidige trend omkeren.  

Bronnen: Nivel, LHV, Flexdokters, CBS, NZa (de stand van de zorg 2023) 

Geschreven door